Evi maakt alles bespreekbaar

Liefde voor mijn dader

Ik wist niet wat ik daar ging doen, maar ik wist dat ik erheen moest. Samen met mijn man. Mijn hoofd wilde bedenken waarom, de rest van mijn lichaam wist dat natuurlijk allang.

Hij opende de deur en nog voordat de eerste woordenwisseling plaatsvond, begon het toneelspel. Er was niet veel voor nodig om terug gezogen te worden in het krachtenspel waar ik nooit voor had gekozen. Toch zat ik erin. Toen. En nu weer.

Met één simpele oogwenk

Het is bijna niet uit te leggen wat er met me gebeurt als ik oog in oog sta met de persoon die mijn onschuld nam toen ik nog een minimens was. Hoe sterk ik nu ook ben, met één simpele oogwenk ben ik weer net zo machteloos als toen.

The body keeps the score. Een mooie term. In theorie. In de praktijk wat grilliger. Ik noem dissociëren een klein beetje doodgaan terwijl ik nog leef. En ook dat specifieke moment onttrok mijn geest zich zorgvuldig van mijn lijf. Het was hard werken niet volledig te verdwijnen.

Ik werd misselijk, duizelig, klein, kleiner, nog kleiner. Bijna was ik weg.

Bijna. Maar niet die dag!

De stille getuige die er nooit was

Want nu had ik mijn man aan mijn zijde, als de stille getuige die er nooit was. Mijn man liet mijzelf mijn plaats innemen.

In mijn tempo,
met mijn woorden,
met mijn eigen worstelingen,
en mijn kracht.

En hij?

Hij bekeek me. Ik herkende de blikken. Hij deed of hij me niet hoorde. Ik herkende de trucjes.
Hij deed of hij me niet begreep. Ik herkende het spel wat jaar in jaar uit met me is gespeeld. Ik hoorde wat hij zei, met alles wat hij niet vertelde. Het was de hoogste tijd mijn eigen spelregels te bepalen.

Nu bekeek ik hem. Ik zag een sluwe man. Oud, maar nog altijd vol van zichzelf. Vals en omhult in zorgvuldig verpakte agressie. Besmeurd, noemde mijn man hem. Wat moet ik ooit bang geweest zijn. Weinig herinner ik me, maar in iedere cel was alles nog voelbaar.

De dader in hem was nog te groot

Het waren maar drie kwartier van mijn leven, wel drie hele levens veranderende. Voorbij angst, voorbij twijfel, voorbij dissociëren, vanuit liefde voor mezelf, nam ik eindelijk terug wat van mij was:

mijn plaats!

Waardoor het niet meer uitmaakte dat hij mij deze niet kon geven.  Al had hij het gewild, voor hem was het onmogelijk mij te erkennen, De dader in hem – waarschijnlijk het slachtoffer – was nog te groot om liefdevol te kunnen zijn.

Even hadden we stilzwijgend oogcontact, waarin hij meer zei dan in het geblaat wat normaliter uit hem kwam. Waarin ook ik meer zei dan in al die jaren leven met een gesmoorde schreeuw.
En terwijl ik in zijn ogen keek – die schrikbarend veel op de mijne lijken – stapte ik na veel te veel verloren jaren, eindelijk van zijn toneel.

In diepe pijn vond ik liefde

Ik had wat uurtjes nodig om terug te komen in mijn lichaam. Om uiteindelijk bij diep verdriet uit te komen. Verdriet wat lang verstopt zat maar altijd mee deed. Verdriet van een minimens, waardoor taal niet toereikend was. Verdriet wat zo’n pijn gaf en door alle muren heen bewoog. Verdriet wat zo lang lag te wachten dat het me verwelkomde toen ik erin kwam.

En precies daar, in de diepte van mijn pijn, vond ik liefde. Voor mezelf. En voor hem.
Wat had ik graag verbonden om de pijn die door onze familie reist te helen. Samen getuigen in gedeeld leed. Maar ik weet, dat mijn daadkracht én mijn liefde deze specifieke dag, ons beiden weer een beetje heeft geheeld. ❤️