Ik was geen slachtoffer, ook geen dader. Ik was beide!

Onvoorspelbaarheid en onveiligheid zijn de gekozen woorden die mijn gevoelsbeleving over mijn jeugd het beste omschrijft. Onvoorspelbaar omdat alles aan verandering onderhevig was; huis, school, woonplaats, vrienden, (stief)ouders.

De onveiligheid spreekt hier misschien al voor zich. Maar wat voor mij in al die wisselende en onverwachte veranderingen het meest onveilig voelde, was de emotiewereld en het gedrag van de mensen die me groot brachten en waar ik afhankelijk van was. Eén ding was zeker; niets was zeker. Mijn jeugd laat zich het beste omschrijven als voorspelbaar in haar onvoorspelbaarheid.

Als jong opgroeiend meisje zocht ik iets. Zo jong als dat ik was, had ik daar geen passende woorden voor. Het gevoelsbesef van wat ik miste zou op dat moment ondragelijk zijn geweest. En de waarheid achter het gemis misschien nog wel meer. Mijn onderbewustzijn creëerde haar eigen mechanismen om aan de pijn van dat gemis te ontsnappen. Net zoals ieder kind wilde ook ik gezien worden, gehoord, bevestigd en gesteund. Mij veilig wanen en vooral heel erg geborgen voelen.

Ik zocht liefde, ik vond seks.

De seks waarmee ik mij vanuit dit gemis voedde was altijd onbevredigend. Logisch, daar mijn werkelijke behoefte nooit vervuld werd. In de aandacht van jongens en mannen vond ik iets wat mijn leegte voedde. Een leegte waarvan ik op dat moment niet kon benoemen waar die vandaan kwam. En met voeding waarvan ik evengoed niet wist dat het eigenlijk geen voeding was.

Zie het als junkfood onder het voedsel. ‘Ik at omdat ik honger had, enorme honger. Ik schokte het naar binnen, enkel om mezelf te vullen. Het had geen smaak en nadien voelde ik me vol en vies. Om mijzelf na enkele uren wederom leeg te voelen en opnieuw honger te krijgen.’

Seks verwarde ik vanaf jonge leeftijd al met liefde. Nog erger, met mijn bestaansrecht.

Want mocht ik wel bestaan als ik geen seks gaf? Hoewel ik mij zo voelde was ik geen dom meisje, integendeel. Ik was inmiddels levenswijs genoeg, maar ik had voeding nodig. En zonder voeding gaan we vroeg of laat allemaal dood.

Mijn werkelijke behoefte werd steeds meer ontkent, voornamelijk door mijzelf. En mijn overlevingsmechanismen steeds meer aangescherpt. Jaren van seksueel geweld volgde. Geweld wat ik mezelf aandeed. Ik werd steeds meer dader van mijn eigen leed. Soms ook andermans leed. Uiteindelijk bewandelde ik mijn pad richting de prostitutie. In de vier jaar die volgde ervaarde ik meer seksuele veiligheid bij mannen die mij betaalde voor seks, dan in de vijftien jaar daarvoor. Ook al was het schijnveiligheid, het was een vorm van veiligheid.

De zakelijke context maakte dat ik controle ervaarde. Een welkom gevoel als je vertrouwen mist. De wereld van de prostitutie is een bijzondere wereld met veel ongeschreven regels; ‘Het lijkt dat de betalende klant bepaald, maar zowel de klant als sekswerker weten beide dat de sekswerker bepaald. En zij de klant vooral het gevoel geeft dat hij bepaald.’ Het is een schimmenspel waar grenzen, macht en onmacht verschuift, maar voor het eerst in mijn leven ervaarde ik het gevoel regie te hebben over mijn seksuele gedrag;

‘voor het oog verslaafd aan seks, wanneer men beter keek, een drang naar liefde.’

De drang naar liefde bleek uiteindelijk sterker dan mijn opgebouwde zelfdestructieve overlevingsmechanismen. Hoeveel regie ik vanaf dat moment ook ervaarde, van binnen diende zich altijd andere gevoelens aan. De beleefde regie was schijnregie. Een zorgvuldig opgebouwd laagje over de pijn, leegte, eenzaamheid, woede, agressie, verdriet, verdrongen angst en ontheemding. Gevoelens die ik steeds minder goed wist te ontkennen of vermijden.

Hoeveel geld ik ook verdiende en hoeveel drugs ik ook gebruikte, het voedde mijn leegte niet langer. Hoeveel bullshit ik mezelf en anderen ook verkocht vanuit mijn dubbelrollen en levens. Niets van dit alles maakte nog langer weg wat gehoord en gezien moest worden; ‘Ik!’

Vanaf dat moment begon ik binnen mijn vermogen, met hulp van anderen, alles voor mezelf te veranderen. Radicaal! Geen drugs, geen seks, geen feesten, geen schijn vrienden. Het terugdringen van mijn zelfdestructie werd noodzaak. Wanneer je gaat zien, echt gaat zien, lijkt er geen weg meer terug. Hoewel het terugdringen van mijn destructie noodzaak was, lag de werkelijke verandering niet in het veranderen van mezelf, maar in het uitkomen voor mezelf.

Gevoelens als schuld en schaamte, alsmede overtuigingen en zelfveroordelingen hielden dit lang tegen. Dubbellevens waren mij niet vreemd en het delen van wat ik werkelijk voelde en dacht kostte me nog jaren. Mijn overlevingsmechanismen hadden zich zorgvuldig opgebouwd en hadden een functie; ‘Pijn vermijden.’

Het gevolg van delen is verbinden, het gevolg van verbinden is voelen. Toen ik me als klein meisje langzaam afsloot voor pijn, kwam liefde evengoed niet meer binnen. Toen de liefde langzaam weer binnenkwam, kwam de pijn met terugwerkende kracht mee.

Dit proces van liefde en pijn verdragen vroeg tijd, geduld en begrip. Voornamelijk van mezelf. Pas toen ik na jaren zover was een beetje liefde voor mezelf te voelen en van anderen toe te laten, werd me pas echt duidelijk waarom mijn systeem zorgvuldig opgebouwde overlevingsmechanismen had, en zich niet zo snel lieten afbreken.

Het duurde lang voordat ik erachter kwam om welke pijn dit werkelijk ging.

Binnen jarenlange therapieën ging veel aandacht naar mijn onveilige hechting en daarop gekozen gedrag. Mijn seksuele gedrag leek overduidelijk een onbewust gekozen vorm om te dealen met onderliggende pijnen. Alleen hielden zelfs binnen deze therapieën mijn overlevingsmechanismen stand. Ik kon jaren praten over het seksuele geweld wat ik mezelf en anderen aandeed vanuit de beleefde onveiligheid en onvoorspelbaarheid uit mijn jeugd. En dit besef deed pijn. Maar wat er in het verborgen verlengde naast lag, diende zich pas aan toen ik er echt klaar voor was.

Dat ik vanaf jonge leeftijd veelvuldig slachtoffer was van seksueel geweld, heb ik tot na mijn midden dertigste ontkent. Ontkent in de vorm van verdrongen. Maar de werkelijkheid smeet zichzelf als een boemerang in mijn blind gemaakte gezicht; ik was geen slachtoffer, ook geen dader. Ik was beide!

Hoe sterk mijn overlevingsmechanismen ook waren om anderen om de tuin te lijden en mijn vermogen anderen en mezelf weg te houden bij mijn ontkenningen en diepst verdrongen pijnen. Geen woorden heb ik voor het gevoel wat in me opkomt, wanneer ik denk aan de tientallen jaren therapie die ik volgde en niemand hier hierdoorheen wist te prikken. Intimiteit en seksualiteit zijn onderwerpen die nauwelijks tot niet besproken worden binnen de hulpverlening. Hier bedoel ik echt besproken.

En dan heb ik het nog niet eens over het gemis van werkelijke nabijheid, een woord welke bij menig hulpverlener angst oproept. Mijn ontkenningen en overlevingsmechanismen hielden geen stand meer toen ik er zelf klaar voor was en ik echte nabijheid toe kon laten. Nabijheid, precies daar waar daders mij het meest raakte en mij deden sluiten, was ook precies waar mijn systeem zich weer opende.

De plek van de verwonding, bleek de plek van de heling.

Naar die plek afdalen bleek de enige plek waar zowel het slachtoffer als de dader in mij, weer hun weg naar buiten konden vinden. En ik uiteindelijk weer kan worden wie ik ooit was.