Ik dacht dat ik kinderen kon beschadigen als ik met ze praatte

Gek eigenlijk dat seksueel misbruik geen onderwerp voor bij de supermarkt is, als je bedenkt hoeveel en groots dit aanwezig is in onze mensenlevens. Hoewel iedereen vindt dat seksueel misbruik erg is. Als je echter vraagt wát er dan zo erg aan is, dan weten weinigen daar iets zinnigs over te zeggen.

De werkelijke impact leeft de persoon zelf. Ook al kan misbruik op dusdanig jonge leeftijd plaatsvinden waardoor herinneringen uitblijven. Seksueel misbruik kruipt in ieder hoekje en gaatje van je bestaan, geen vezel laat hij ongemoeid.

De schade en gevolgen van seksueel misbruik is voelbaar en zichtbaar in onze samenleving.

Maar men heeft amper door dat seksueel misbruik en de daaruit voortkomende schade in ieders familiesysteem aanwezig is. Deze schade wordt generatie op generatie doorgegeven. En omdat seksueel misbruik direct of indirect onze persoonlijk schade aanraakt, doet het collectieve nee tegen seksueel misbruik zorgvuldig wat ze beloofd.

Er zijn sceptici die twijfelen aan hoe waarheidsgetrouw vage beelden en herinneringen zijn. Ook zijn er wetenschappelijke stemmen die zeggen dat een klein kind het verschil tussen een thermometer en een penis niet ervaart. Alsof de heersende twijfel in een persoon nog niet erg genoeg is.

Wanneer seksueel misbruik plaatsvindt en er nog geen sprake is van taal, wordt het een belichaamde ervaring. Ervaringen worden verbonden aan een geur, een geluid, woorden, bewegingen, pijn, tast. En uiteindelijk is het de taal van het lichaam die vertelt wat diep verstopt ligt in de diepe grotten van ons bestaan.

Wanneer je niet de ervaring hebt dat jouw lichaam en geest van jezelf is, ga je een leven leiden wat niet van jou is. Je gaat dingen voelen, denken en doen die eigen lijken, maar absoluut niet zijn. Zowel je denken als voelen kan je een leven lang voor de gek houden.

Het grootste gedeelte van mijn leven bleef ik uit de buurt van kinderen. Ik dacht dat ik ze kon beschadigen als ik met ze praatte. Dit bleek niet waar te zijn.

De waarheid was dat ik niet met kinderen durfde te praten omdat ze mij toonden hoe beschadigd ik was.

Sinds enige tijd ben ik me aan het verdiepen in traumaseksuologie. Onlangs was ik bij een bijzonder intense bijeenkomst. Zomaar op een middag tezamen met wild vreemde mensen. Allen één ding gemeen: ongevraagd verbonden met het web wat traumaseksualiteit heet. Trauma is geen seksualiteit en seksualiteit is geen trauma. Maar wanneer trauma op jonge leeftijd in seksualiteit is komen te staan, ontstaat er een duivelse verbinding.

Door deze duivelse verbinding ontstaat er een trauma seksuele identiteit. Een tijdelijke identiteit die een leven lang kan duren.

In deze seksuele identiteit, waar men overigens vaak geen idee van heeft, kruipt de macht van de dader in je en komt tussen jou en jezelf in te staan. Dit is niet wie je bent, dit is leven in een misbruikstand. Je bevroren kind, je authentieke kind, de aanpasser en de dader in je, allen met eigen stemmen en behoeften, creëren een enorme verdeeldheid die allesoverheersend is.

Uit deze misbruikstand komen, kan alleen als je de dader uit je krijgt. Dit kan lang duren. Meestal omdat men niet weet dat de dader na misbruik een deel van henzelf wordt. Deze is erbij gebaat dat we zo lang mogelijk in verdeeldheid leven, rond de dodelijke 0 stand verblijven of uiteindelijk verdwalen in niemandsland.

Tijdens de bijeenkomst heb ik deelgenomen aan een confronterende maar oh zo verhelderende opstelling, waarbij deze misbruikstand werd neergezet. Het was een chaos, onverdeeldheid in ieder deel op zich. Tussen de verschillende delen nog meer. Allen eigen behoeften, allen eigen stemmen. Met maar één overduidelijke heerser op de regiestoel; De geïnternaliseerde macht van de dader.

Nog nooit eerder heb ik zo helder gezien en gevoeld dat er een deel in ons kan zitten wat niet van ons is. Een alles overheersend deel; ‘In stemmen die eigen lijken, in karaktertrekken die krachtig lijken, in gevoelens die fijn lijken, in keuzes die weloverwogen lijken, in diagnoses, verslavingen en ziektes die waarheid worden.’ Niets is minder waar. Het is als een spin die zorgvuldig haar web bouwt als vangnet voor haar prooien.

Het web wat traumaseksualiteit heet.

Met de dader in onszelf zal het bevroren kind nooit de liefde kunnen ontvangen die het nodig heeft om te ontdooien. Het authentieke kind zal nooit echt worden gezien om ten volste te kunnen leven. De aanpasser zal de rest van zijn leven beheerst worden door de in angsten of verleidelijkheden verpakte macht van de dader, zonder dat hij en zijn omgeving het door hebben.

De stemmen in mij klinken langzaam harder. Hoe harder ze klinken, des te beter ik ze kan onderscheiden. Wat blijkt, de meeste zijn niet van mij. Mijn lichaam begint langzaam te ontdooien, ze fluistert me in wat behapbaar is. Aan mij de taak naar haar te luisteren, zodat ze niet meer hoeft te schreeuwen. Een dagtaak kan ik je vertellen.

Inmiddels durf ik iets vaker met kinderen te praten.

Ik kan mezelf nog altijd wijsmaken dat ik niets met kinderen heb. De confrontatie met mijn diepste beschadigingen in deze contacten, via mijn stemmen en mijn lichaam, vertellen me dat dit niet waar is. Er zijn nog veel stemmen te vertalen, er zit nog veel pijn wat niet aangeraakt is en er zit nog veel wat niet gezien mocht worden. Het zijn de donkere grotten die nog meer licht nodig hebben. Licht, precies de plek waar de dader niet wil zijn. En ik, ik sta bij de lichtschakelaar.