Evi maakt alles bespreekbaar

Een goede vrouw slaat soms haar man

Onlangs had ik een etentje met een vriendin. Voor mij zijn dit kostbare momenten waar we echt even de tijd voor elkaar hebben. Tijd om via grappen en grollen de diepte in te duiken, om dan weer via schaterlachen omhoog te komen en vervolgens weer opnieuw kopje onder te gaan. Dit gebeurt dan een paar keer op een avond, waardoor niet zelden onze mede-restaurant-genoten opkijken en zich afvragen of het comedy of therapie is wat ze aanschouwen. Misschien ligt de geboorte van psychologie theater wel gewoon in restaurants.

Het zijn van die gesprekken waarbij we schaamteloos lachen én schaamteloos delen. Ikzelf heb niet zoveel moeite schaamtevolle dingen te delen met mijn dierbaren. In tegenstelling tot vroeger waar ik dubbellevens leidde uit angst voor veroordeling. Lang dacht ik dat het mijn veranderde omgeving was die mijn openheid mogelijk maakte. Maar ik kwam erachter dat dit vooral komt omdat ik mezelf (bijna) niet meer veroordeel. Anderen waren – en zijn – slechts een spiegel, waarmee ze enkel kunnen bevestigen wat ik in mezelf ervaar.

Het was mijn blinde razernij wat ik op hen botvierde

Via wat geroddel – we blijven natuurlijk vrouwen – kwamen we op agressie in relaties uit. Mijn vriendin had het over mannen die vrouwen slaan. Plots zei ik: ‘Ik snap het wel. Ik heb mijn partners ook geslagen.’

We kennen elkaar al lang en ons delen reikt vaak tot ver onder de waterlinie, toch schrok ze zichtbaar van mijn woorden. Even kwam er dan ook niet meer uit dan; ‘Ja?’

Ik ging verder; ‘Ja! Al mijn exen en mijn huidige man in het begin van onze relatie ook. Gelukkig nu niet meer. Maar ja, ik heb geslagen, geschopt, met spullen gegooid, gekrabd, gebeten. En zo meer. En niet omdat zij mij eerst sloegen. Integendeel. Het was mijn eigen blinde razernij wat ik op hen botvierde.

Mijn woorden landde tussen de cocktails en lekkere hapjes blijkbaar precies op de goede plek. Ze keek me aan, nu niet meer vragend of geschokt. Eerder met een soort van opluchting.
‘Ik herken het wel,’ zei ze. Openlijk deelde ze wat voorbeelden van haarzelf.
‘Wat fijn, want over zoiets praat ik eigenlijk nooit.’

Schaamte-hiërarchie-meter

Met haar – en mij – dus velen. We zijn nou eenmaal mensen, dus kunnen we ons schamen. Ook ik heb een soort van schaamte-hiërarchie-meter en leg onderwerpen langs een ladder van schaamteloos open tot ‘ik neem dit mee mijn graf in.’ Mijn bedrijfsnaam suggereert misschien dat ik alles zonder enige moeite over de bühne flikker. Het tegendeel is waar. Het grootste gedeelte van mijn leven zweeg ik en al vroeg ontdekte ik ‘de interview-modus: Mezelf lekker op de ander richten om maar weg te blijven bij mezelf. Inmiddels heb ik de verbindende waarde van delen tot een kunst verheven, maar ook ik moet nog altijd dat ene drempeltje over.

Ooit vond ik het vreselijk mijn omgeving te vertellen dat het niet goed met me ging; ik mezelf zo aanpaste aan de wereld dat ik mezelf kwijtraakte, depressief en suïcidaal werd; dat ik me op andere richtte omdat ik niet wist wie ik zelf was; helemaal in mensen opging omdat ik geen enkele begrenzing had; ik gewoonweg niet meer wist waar ik ophield en de ander begon; dat ik daardoor beetje bij beetje steeds meer verdween; en er ook bijna niet meer was geweest.

Vertrekken naar de ander is vertrekken van jezelf

Door het niet ervaren van mijn eigen lijf en geest, vertrok ik dus naar de ander. De gevolgen hiervan waren uiteenlopend en legde ik zorgvuldig langs de schaamte-hiërarchie-meter. Blijkbaar was het minder schaamtevol te delen dat ik mijn lichaam weggaf en verkocht of suïcidaal was, dan dat ik een man voor zijn harses sloeg. De laatste was er lang eentje in de categorie ‘neem ik mee mijn graf in.’ Totdat ik doorkreeg dat dit ogenschijnlijke uiteenlopende gedrag in het verlengde van elkaar lag: vertrekken naar de ander is vertrekken van jezelf. Doe dat vaak/lang genoeg en je verdwijnt.

Dit niet kunnen veranderen is onmacht ten top. En dan is een mens net een ballon. Duw deze lang genoeg onder water, als je de ballon loslaat, knalt hij omhoog. God wat heb ik geknald. Maar het vertelt slechts hoe lang ik mezelf al onder water gedrukt zat.

Lieve-meisjes-syndroom

Maar waarom was het zo lastig voor deze uitgeleefde agressie uit te komen? Persoonlijk ervaarde ik na mijn uitspattingen vooral decorumverlies. Waardoor schuld en schaamte zorgvuldig haar plek innamen. Dit is iets wat veel mensen wel herkennen. Maar doet hier als vrouw zijnde het ‘lieve-meisjes-syndroom’ ook mee? De collectieve, decennia lange, levensboodschappen dat we als meisje en vrouw, zacht, lief, zorgzaam, mooi, aangepast etc. moeten zijn staat natuurlijk in schril contrast met blinde razernij. Of hebben we juist daarom blinde razernij?

Ervaart  de samenleving nog altijd dat lichamelijk geweld iets is wat door mannen tegen vrouwen gericht is? En terwijl ik dit blog schrijf word ik bevestigd in deze gedachte. Bij mijn zoekopdracht in Google: ‘vrouw slaat man,’ word ik vrij snel geconfronteerd met plaatjes van mannen die vrouwen slaan. Het is net alsof het niet bestaat.

De onmacht sloeg me om de oren en daarmee ik de ander

Maar het bestaat: woede, blinde razernij en geweld van vrouwen naar mannen. Van klein tot groot en voortkomend uit onmacht. In die zin niet anders dan bij mannen. En dat maakt ons dan weer gelijk. Weet je, zei ik tegen mijn vriendin. ‘De onmacht sloeg me om de oren en daarmee ik de ander.’ Even was het stil. Toen proesten we het uit bij deze beeldspraak. We lachten er maar om. Gelukkig, want de realiteit was een lange tijd triest genoeg. Redenen waarom het een goed idee is om als vrouw je man te slaan rolde vervolgens rap en schaamteloos over tafel. Het vervolg op het boek van Joris Luyendijk was snel gemaakt: ‘een goede vrouw slaat soms haar man.’ Therapie maakte weer plaats voor comedy, waardoor we opnieuw schaterlachend boven kwamen na deze zoveelste duik. En daarmee maakten we onze dinershow voor die avond compleet.

Gerelateerde link: De stoelen van agressie