Ik was tien jaar oud op het moment dat ik dit gedichtje schreef. Het was niet mijn eerste verhuizing en er zouden nog velen volgen. Het gedichtje vertelt mij veel. Mijn overlevingsmechanisme sijpelt door de woorden, van een veel te wijze, 10 jarige heen.Niemand kon ik uitleggen hoe het voelde steeds opnieuw te moeten beginnen. Soms een vlucht in het holst van de nacht en zonder afscheid. Niet wetend waar ik heen ging. Bij wie ik dan weer ging wonen. Op welke school ik terecht kwam. Of ik aansluiting zou vinden in de buurt en school. Of ik gepest zou worden, omarmt of genegeerd. Of de nieuwe opvoeder of stiefouder dit keer een blijvertje zou zijn, geen eikel of trut was winst. Maar boven alles, was het er veilig.

Inmiddels, anno 2019, staat de zoveelste verhuizing voor de deur. Ik ben gestopt met tellen. De dozen stapelen zich langzaam weer op in mijn huiskamer. Het raakt mij als ik ernaar kijk. In mijn jongvolwassen leven leek verhuizen bijna een hobby. In werkelijkheid had ik niet leren hechten. Niet aan mensen, dieren, plaatsen of spullen. Alles was inwisselbaar.

Voor de buitenwereld was ik een vrije fladderende flierefluiter, van binnen eenzaam, ontworteld en ontheemd. Ik ben het type waarvan men in de psychiatrie zegt dat leren hechten een onmogelijk te klaren klus is. Het ergste van alles; ik was ze gaan geloven.

Een klus is het zeker en eerlijk, op momenten lijkt het nog steeds onmogelijk. Dit jaar word ik veertig en zou je vermoeden dat alles anders is; Dat tijd mijn oude wonden heelde en liefde hét medicijn is. We houden niet voor niets massaal van sprookjes. Nu deed de tijd mij goed en heelde liefde veel. Maar het is mijn overlevingssysteem wat tijd en liefde nog iedere dag met de grond gelijk kan maken. Zij is maar op één ding uit; veiligheid.

Nog steeds kan ik niemand uitleggen hoe dagelijkse dingen nog altijd onveilig lijken; hoe ik iedere dag oog in oog sta met mijn overlevingsmechanisme, verpakt in manipulatieve waarheden; hoe ze stemmen in mijn oor fluistert en destructieve gevoelens verpakt in intuïtie; hoe de energie harder uit me stroomt dan op kan laden; wat een dagtaak het is om door te hebben wat echt is en wat niet; keer op keer te doen wat ik niet wil, maar wetend dat dit de enige manier is het patroon van overleven te doorbreken.

Vertrouw op je gevoel, roept men veel te snel. Zonder door te hebben hoe je eigen gevoel je in de maling kan nemen. Mijn overlevingsmechanisme wil maar één ding; mij beschermen tegen herhaling.

Weten dat ik niet meer beschermd hoef te worden stopt haar niet. Als de oplossing enkel in het weten ligt hebben we geen problemen. Ze doet haar naam eer aan; ze hielp me overleven toen het broodnodig was. En ik dank haar met iedere vezel in mijn lijf dat ze me beschermde. Ze gaf me mijn over ontwikkelde zintuigen en is de voedingsbodem van vele talenten. Ze bood mij bescherming en schonk mij mijn gaven. Maar zoals bij iedereen, groeide mijn opgaven onherroepelijk mee.

De liefde waarvan ik lang dacht dat het liefde was, bracht mij over de wereld. De liefde die mij bij mijn eigen liefde brengt, houdt me hier. De plek van de verwonding is de plek van de heling; Nabijheid, bij jou, verdomme wat doet het pijn. Wat doet het soms pijn, ondragelijk veel pijn. En wat is het soms eng, doodeng. Heling is niet meer dan weer heel worden. Daar horen alle delen bij.

Ik kijk weer naar de ingepakte dozen in mijn woonkamer. Mijn overlevingsmechanisme verhuist mee, ook daar is ruimte voor haar. Hoe lelijk ze soms ook is, meestal laat ze me zien waar ik nog iets heb te helen. En jij, jij vindt haar prachtig. Velen wilde enkel een paar delen. Jij, jij wil ze allemaal. Bij velen leerde ik overleven. Maar bij jou, en god wat heb ik nog veel te doorleven, leer ik over leven.